Home » Business

Geld vragen voor online nieuws? Reken er maar niet op

Geschreven door Arend van den Berg (Z24) op vrijdag 6 november 20093 reacties
Geld vragen voor online nieuws? Reken er maar niet op
Internetbezoekers geld vragen voor nieuws is de droom van uitgevers. Reken er maar niet op, betoogt Z24′s hoofdredacteur Arend van den Berg.
Arend van den Berg
SERVICE
Gratis Z24 Nieuwsbrief
Gratis Z24-nieuws op je site
HANDIG
Z24 vraagt geen geld aan zijn bezoekers. We keken dan ook wel even op toen mediatycoon Rupert Murdoch een half jaar geleden aankondigde dat het tijdperk van gratis nieuws op internet voorbij was. Internetbezoekers moeten volgens hem gewoon betalen voor het nieuws.
Murdoch kreeg veel bijval van andere (dagblad)uitgevers – niet van de rest van de wereld. Vrijwel allemaal worstelen die uitgevers met hun digitale bedrijfsvoering: hoe financieren ze hun dure gebouwen, drukkerijen, redacties, distributienetwerken en oplage-afdelingen nu potverdorie hun nieuws gratis op internet staat? Murdoch verwoordde wat ze zelf dachten.
Nu, een half jaar later, zegt Murdoch dat het waarschijnlijk langer duurt voordat hij zijn media (onder meer The Times, Sun, Fox News) geld laat vragen op internet. De planning was juni 2010. Dat wordt nu later, omdat Murdoch nog worstelt met de invoering.
Misschien komt van uitstel wel afstel. Want betalen voor nieuws op internet maakt weinig kans. Om diverse redenen.
Gratis nieuws is overal
Zodra nieuws zich openbaart, is het wereldwijd bekend. Via het internet natuurlijk, maar ook via gratis radio- en televisie-uitzendingen van vaak uitstekende kwaliteit. Dat is niet tegen te houden.
Primeurs van kranten zijn nu eenmaal, zodra ze zijn gepubliceerd, ‘eigendom’ van iedereen. Elke site, of het nu een dagbladuitgever is of een blogger driehoog achter, mag vrijelijk citeren uit dat nieuws of samenvatten. Mits het met bronvermelding gebeurt.
Geen mens zal betalen voor exclusieve nieuwtjes als je niet weet of dat nieuws relevant voor je is. Zodra je het wel weet, is het openbaar.
En scherpe analyses en pittige commentaren dan? Die blijven uiterst waardevol. In de overvloed op internet hebben bezoekers graag houvast – ook op Z24 behoren de eigen analyses tot de meest gelezen stukken. Vertrouwde merken en columnisten helpen daarbij.
Buiten Nederland komen die analyses vaak van individuele bloggers. Die bloggers hebben een geheel eigen verdienmodel: ze verdienen direct geld op hun blog met Google-advertenties en indirect nog meer: met lezingen, adviezen, boeken.
Zij blijven ongetwijfeld gratis hun meningen aanbieden – zij hoeven geen overhead te betalen.
Internet ontbeert een kassa
Zelfs als je waardevolle content hebt, dan nog is het de vraag hoe je daar geld voor vraagt. Consumenten zijn tot nu toe niet bereid geweest om een abonnement te nemen op internet – de New York Times bijvoorbeeld heeft het even geprobeerd en kwam daar snel op terug toen lezers massaal afhaakten.
Geld vragen betekent bovendien ook hoge kosten voor betalingsverkeer. Mede daarom is betalen per artikel nooit doorgebroken. Ideal, PayPal of je creditcardmaatschappij: allemaal willen ze hun deel van de transactie.
Geld vragen betekent dus ook systemen aanleggen en medewerkers klantenservice aanstellen. “Mevrouw, ik heb betaald en het artikel verschijnt niet. Ik wil mijn geld terug.”
De vraag is dus of je die infrastructuur ooit terugverdient met enkele tienduizenden betalers.
Voor zakelijke gebruikers is het nog complexer: bedrijven centraliseren hun inkoop. Ze willen niet dat individuele werknemers straks op kosten van de baas artikelen bestellen.
Natuurlijk, grote afnemers kun je een all-in abonnement geven voor al hun medewerkers. Maar wat reken je een klein advocatenkantoor of een individuele ondernemer die misschien af en toe een artikel zoekt?
The Wall Street Journal, ook eigendom van Rubert Murdoch, is het tot nu toe wel gelukt. Dankzij een wereldwijde afzetmarkt en Engels als lingua franca. En de bezorging van de papieren krant in Nebraska en Nigeria verloopt ongetwijfeld niet altijd vlekkeloos.
In een beperkt taalgebied als Nederland is dit lastiger. Hoe specifieker de informatie, des te groter de kans dat men bereid is te betalen. Nederlandse komkommerkwekers die naar Polen exporteren zijn ongetwijfeld bereid te betalen voor nieuws over de Poolse komkommermarkt. Helaas zijn er niet zo veel komkommerkwekers.
Heel misschien bieden straks mobieltjes enig soelaas. Telecommers hebben immers al een geoliede infrastructuur voor het innen van kleine betalingen. Denk aan sms-jes. En binnen enkele jaren zal elke mobiele telefoon geschikt zijn om het internet op te gaan. Maar reken niet op grote bedragen. Leuk voor impulsaankopen, maar wie even verder surft vindt al gauw een gratis alternatief.
Hoe verdien je dan geld?
Het internet is meedogenloos en kent geen medelijden. Ook niet met grote uitgevers met een dito overhead.
Maar wat dan? Eén optie is geld verdienen met andere zaken dan directe lezersinkomsten. Als variant op het verdienmodel van de blogger. Dat kan met advertenties – de grootste nieuwssites van België en Nederland, Het Laatste Nieuws respectievelijk Nu.nl, zetten naar verluidt jaarlijks acht miljoen euro om. Daar kun je een uitstekende internetsite van maken.
Maar het kan ook met andere inkomsten. Dat kan een webwinkel zijn die logisch aansluit op je DNA (zoals NRC Handelsblad met zijn boekwinkel rondom recensies), maar ook commissies: geld ontvangen als je sitebezoekers transacties doen. (Z24 experimenteert daar mee: zodra jij via de prijzenvergelijker op de site van energieleverancier wisselt, ontvangen wij een commissie.)
Nog een optie: rubrieksadvertenties. Die waren altijd een goudmijn voor de kranten, maar door defensief gedrag zijn ze die kwijtgeraakt aan het internet, aan andere partijen. Zie Marktplaats, dat groot geworden is door een handige kringloopwinkelkoning.
Schibsted, de Noorse mede-eigenaar van Z24, is een van de weinige dagbladuitgevers die wel ondubbelzinnig voor internet koos. Nu is het bedrijf marktleider in Scandinavië, Frankrijk en Spanje met rubrieksadvertenties en verdient het daar zeer veel geld mee. De nieuwssites zijn mede een uithangbord voor die rubrieksadvertenties.
Schibsted zet dat geld in om nieuwe internetinitatieven zoals Z24 een kans te geven. En ook wij moeten bewijzen dat we op meerdere manieren geld kunnen verdienen. Geen sinecure overigens.
Uitgevers moeten dus anders dan vroeger hun omzetten binnenhalen. Niet meer rechtstreeks bij de consument, maar indirect. Voor hen nieuw, maar heel gebruikelijk in andere branches. Vergelijk het maar met Ryanair: die vliegmaatschappij verdient niet zozeer aan de tickets als wel aan de koffie aan boord of de toeslag voor bagage.
Of Albert Heijn: mensen komen voor koffie maar nemen ook rivierkreeftjes mee – waar de echte marge op zit. Of Wehkamp.nl voor wie betalen op afbetaling vaak plezieriger marges oplevert dan de verkochte wasmachine.
Moraal van dit verhaal: aantrekkelijke open sites trekken veel lezers. Indirect financieren die lezers je kosten. Maar dan moeten die kosten wel overeenstemmen met de nieuwe werkelijkheid: uitgevers hebben niet langer het monopolie op het nieuws.

Z24 vraagt geen geld aan zijn bezoekers. We keken dan ook wel even op toen mediatycoon Rupert Murdoch een half jaar geleden aankondigde dat het tijdperk van gratis nieuws op internet voorbij was. Internetbezoekers moeten volgens hem gewoon betalen voor het nieuws. Murdoch kreeg veel bijval van andere (dagblad)uitgevers – niet van de rest van de wereld. Vrijwel allemaal worstelen die uitgevers met hun digitale bedrijfsvoering: hoe financieren ze hun dure gebouwen, drukkerijen, redacties, netwerken voor distributie en oplage-afdelingen nu potverdorie hun nieuws gratis op internet staat?

Lees meer in het dossier-Rupert MurdochMurdoch verwoordde wat uitgevers zelf dachten. Nu, een half jaar later, zegt Murdoch dat het waarschijnlijk langer duurt voordat hij zijn media (onder meer The Times, Sun, Fox News) geld laat vragen op internet. De planning was juni 2010. Dat wordt nu later, omdat Murdoch nog worstelt met de invoering.  Misschien komt van uitstel wel afstel. Want betalen voor nieuws op internet maakt weinig kans. Om diverse redenen.

Gratis nieuws is overal

Zodra nieuws zich openbaart, is het wereldwijd bekend. Via het internet natuurlijk, maar ook via gratis radio- en televisie-uitzendingen van vaak uitstekende kwaliteit. Dat is niet tegen te houden.  Primeurs van kranten zijn nu eenmaal, zodra ze zijn gepubliceerd, ‘eigendom’ van iedereen. Elke site, of het nu een dagbladuitgever is of een blogger driehoog achter, mag vrijelijk citeren uit dat nieuws of samenvatten. Mits het met bronvermelding gebeurt. Geen mens zal betalen voor exclusieve nieuwtjes als je niet weet of dat nieuws relevant voor je is. Zodra je het wel weet, is het openbaar.

Analyses en commentaren

En scherpe analyses en pittige commentaren dan? Die blijven uiterst waardevol. In de overvloed op internet hebben bezoekers graag houvast – ook op Z24 behoren de eigen analyses tot de meest gelezen stukken. Vertrouwde merken en columnisten helpen daarbij. Buiten Nederland komen die analyses vaak van individuele bloggers. Die bloggers hebben een geheel eigen verdienmodel: ze verdienen direct geld op hun blog met Google-advertenties en indirect nog meer: met lezingen, adviezen, boeken. Zij blijven ongetwijfeld gratis hun meningen aanbieden – zij hoeven geen overhead te betalen.

Internet ontbeert een kassa

Zelfs als je waardevolle content hebt, dan nog is het de vraag hoe je daar geld voor vraagt. Consumenten zijn tot nu toe niet bereid geweest om een abonnement te nemen op internet – de New York Times bijvoorbeeld heeft het even geprobeerd en kwam daar snel op terug toen lezers massaal afhaakten. Geld vragen betekent bovendien ook hoge kosten voor betalingsverkeer. Mede daarom is betalen per artikel nooit doorgebroken. Ideal, PayPal of je creditcardmaatschappij: allemaal willen ze hun deel van de transactie. Geld vragen betekent ook systemen aanleggen en medewerkers klantenservice aanstellen. “Mevrouw, ik heb betaald en het artikel verschijnt niet. Ik wil mijn geld terug.” De vraag is of je die infrastructuur ooit terugverdient met enkele tienduizenden betalers.

Gecentraliseerde inkoop

Voor zakelijke gebruikers is het nog complexer: bedrijven centraliseren hun inkoop. Ze willen niet dat individuele werknemers straks op kosten van de baas artikelen bestellen. Natuurlijk, grote afnemers kun je een all-in abonnement geven voor al hun medewerkers. Maar wat reken je een klein advocatenkantoor of een individuele ondernemer die misschien af en toe een artikel zoekt?

Wall Street Journal

The Wall Street Journal, ook eigendom van Rubert Murdoch, is het tot nu toe wel gelukt. Dankzij een wereldwijde afzetmarkt en Engels als lingua franca. En de bezorging van de papieren krant in Nebraska en Nigeria verloopt ongetwijfeld niet altijd vlekkeloos. In een beperkt taalgebied als Nederland is dit lastiger. Hoe specifieker de informatie, des te groter de kans dat men bereid is te betalen. Nederlandse komkommerkwekers die naar Polen exporteren zijn ongetwijfeld bereid te betalen voor nieuws over de Poolse komkommermarkt. Helaas zijn er niet zo veel komkommerkwekers.

Mobiel?

Heel misschien bieden straks mobieltjes enig soelaas. Telecommers hebben immers al een geoliede infrastructuur voor het innen van kleine betalingen. Denk aan sms-jes. En binnen enkele jaren zal elke mobiele telefoon geschikt zijn om het internet op te gaan. Maar reken niet op grote bedragen. Leuk voor impulsaankopen, maar wie even verder surft vindt al gauw een gratis alternatief.

Hoe verdien je dan geld?

Het internet is meedogenloos en kent geen medelijden. Ook niet met grote uitgevers met een dito overhead. Maar wat dan? Eén optie is geld verdienen met andere zaken dan directe lezersinkomsten. Als variant op het verdienmodel van de blogger. Dat kan met advertenties – de grootste nieuwssites van België en Nederland, Het Laatste Nieuws respectievelijk Nu.nl, zetten naar verluidt jaarlijks acht miljoen euro om. Daar kun je een uitstekende internetsite van maken.

Maar het kan ook met andere inkomsten. Dat kan een webwinkel zijn die logisch aansluit op je DNA (zoals NRC Handelsblad met zijn boekwinkel rondom recensies), maar ook commissies: geld ontvangen als je sitebezoekers transacties doen. (Z24 experimenteert daar mee: zodra jij via de prijzenvergelijker op de site van energieleverancier wisselt, ontvangen wij een commissie.)

Rubrieksadvertenties

Nog een optie: rubrieksadvertenties. Die waren altijd een goudmijn voor de kranten, maar door defensief gedrag zijn ze die kwijtgeraakt aan het internet, aan andere partijen. Zie Marktplaats, dat groot geworden is door een handige kringloopwinkelkoning. Schibsted, de Noorse mede-eigenaar van Z24, is een van de weinige dagbladuitgevers die wel ondubbelzinnig voor internet koos. Nu is het bedrijf marktleider in Scandinavië, Frankrijk en Spanje met rubrieksadvertenties en verdient het daar zeer veel geld mee. De nieuwssites zijn mede een uithangbord voor die rubrieksadvertenties.

Schibsted zet dat geld in om nieuwe internetinitatieven zoals Z24 een kans te geven. En ook wij moeten bewijzen dat we op meerdere manieren geld kunnen verdienen. Geen sinecure overigens.

Indirect omzet binnenhalen

Uitgevers moeten dus anders dan vroeger hun omzetten binnenhalen. Niet meer rechtstreeks bij de consument, maar indirect. Voor hen nieuw, maar heel gebruikelijk in andere branches. Vergelijk het maar met Ryanair: die vliegmaatschappij verdient niet zozeer aan de tickets als wel aan de koffie aan boord of de toeslag voor bagage.

Of Albert Heijn: mensen komen voor koffie maar nemen ook rivierkreeftjes mee – waar de echte marge op zit. Of Wehkamp.nl voor wie betalen op afbetaling vaak plezieriger marges oplevert dan de verkochte wasmachine.

De moraal van dit verhaal

Aantrekkelijke open sites trekken veel lezers. Indirect financieren die lezers je kosten. Maar dan moeten die kosten wel overeenstemmen met de nieuwe werkelijkheid: uitgevers hebben niet langer het monopolie op het nieuws.

Deze analyse verscheen eerder op Z24

Gerelateerde berichten:

  • Facebook
  • LinkedIn
  • Twitter
  • Hyves
  • NuJIJ
  • email
  • Print

Trefwoorden: , , , , , , , , , , ,

Directeur/hoofdredacteur van Z24
Bekijk meer berichten van Arend van den Berg

3 reacties »

  • Peter Luit schreef:

    Het gebrek aan nieuw denken in advertentie-, business-, communicatie- en distributiemodellen plaatst de uitgevers in deze positie. Uitgevers denken massaal nog teveel in ‘zenden op papier’ en hebben dus weinig fantasie om nieuwe geldstromen te ontwikkelen in een nieuw 2.0 denkpatroon. Als ik dergelijke voorstellen doe, dan zeggen ze vaak: ‘Ja, dat kan wel, maar dat is complex en complex is voor ons een risico’, hetgeen maar weer eens aangeeft dat uitgevers doorgaans gaan voor quick-wins op korte termijn. Jammer, maar daarmee ontwikkel je geen rendabele modellen op het web, maar ze zijn er wel hoor……

  • Nieuwe on-line verdienmodellen voor uitgevers bestaan wel, ze zien ze alleen – nog – niet « LUIT Consultancy schreef:

    [...] voor uitgevers bestaan wel, ze zien ze alleen – nog – niet Met interesse las ik het artikel van Arend van den Berg van Z24 op Publishr, waarin hij uitlegt waarom er geen geld te verdienen is [...]

  • Berend Jan Beugel schreef:

    Er is niet één zaligmakend wondermiddel om online te verdienen aan nieuws en vermaak. Je moet experimenteren en spreiden.

    Zo is één van de succesfactoren van Habbo Hotels dat je op ontzettend veel verschillende manieren kunt betalen, variërend van eenmalige microbetalingen via SMS tot het periodiek betalen via een doorlopende machtiging. Er zit altijd wel een betaalmiddel tussen dat voor jou geschikt is.

    De New York Times experimenteert veel. Je kunt die krant lezen op papier, op een website, in een online reader, op de Amazon Kindle en op de iPhone. Nu verdienen ze aan veel experimenten nog helemaal niets (integendeel) maar ze positioneren zich voor de toekomst.

    Je moet je experimenten helaas wel afstemmen op je middelen. Murdoch en Slim hebben diepe portemonnees en kunnen zich complexe, dure online modellen veroorloven. Dat ligt bij Z24 natuurlijk heel anders.

Laat een reactie achter!

Voeg je reactie toe of maak een trackback vanaf je eigen site.

U kunt gebruik maken van de volgende tags:
<a href="" title="" rel=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Deze website maakt gebruik van Gravatar avatars. Voor uw eigen Gravatar avatar kunt u registreren op Gravatar.