TechCrunch en de McDonaldisering van content
Op Publishr quoten we niet wekelijks van TechCrunch, de weblog die Michael Arrington in juni 2005 oprichtte en die uitgegroeid is tot onmisbare bron voor iedereen aan de technische kant van online uitgeven – web developers die weleens over hun monitor heen kijken, marketeers die HTML kennen en uitgevers die het fantastische idee van nieuwe startups zo snel mogelijk willen imiteren. TechCrunch is een gezaghebbend medium.
Dat de weblog daadwerkelijk van groot belang is voor de wereld in en rond Silicon Valley, moge blijken uit de 3,8 miljoen RSS-subscribers en de bekentenis van Damon Darlin, Technology Editor van de New York Times dat hij dagelijks TechCrunch checkt voordat hij met zijn team bespreekt waarover ze gaan schrijven.
The rise of fast food content
Michael Arrington is nooit te beroerd om wat zout in de wonden van de ‘oude media’ te wrijven. Maar deze week realiseerde hij zich met een schok dat hijzelf evenmin buiten schot blijft van de nieuwe ontwikkelingen. Er komen nu wel heel veel slimme jongens die geld willen verdienen met online content. Michael Arrington: “The rise of fast food content is upon us, and it’s going to get ugly”.
Pageviews are lost, but reputation is gained
Wat is het problem van TechCrunch? Angst voor hyperlinks of duplicate content heeft men bij deze weblog nooit gekend:
For our part, we throw a party when someone “steals” our content and links back to us. High fives all around the office. At least there’s some small nod in our direction. And the aggregators like TechMeme can figure out who broke the news. Page views are lost, but reputation is gained.
Zelfs over het jatten van content maakt men zich niet zo druk. Kopieerders zullen de concurrentiestrijd uiteindelijk toch niet overleven.
Het wordt gevreten
Wat Arrington klaarblijkelijk zorgen baart is de geheel of half geautomatiseerde tsunami van zakelijke content die wordt geschreven louter met het oog op Google-vindbaarheid. Ze weten de weg naar aggregators uitstekend te vinden en zijn puur gericht op cashen met pay-per-click-advertenties. Ook in Nederland vind je ze: op sites als InfoNu en Startpagina-klonen als Startkabel en Start Nederland is de soep wel heel dun. Maar: het wordt gevreten. Het aantal vestigingen van McDonalds breidt zich, alle wetenschap over fastfood ten spijt, immers ook uit.
Content is king – in extremo
Ik voel mee met Arrington die ziet dat er zich links en rechts websites met ‘fastfood content’ langs zijn kwaliteitsblog wurmen. Anderzijds: what’s new? Er komen steeds meer vliegen op de stroop af die Arrington zelf al in 2005 ontdekte. Het is een stadium dat de pendule moet bereiken voordat er sprake kan zijn van een zwaai terug. ‘Content is king’ in zijn extreme vorm. Voor duurzaam succes is meer nodig dan goedkopie-teksten met een dikke SEO-saus eroverheen. Op morele conclusies (‘het gaat allemaal bergafwaarts’) valt Arrington overigens niet te betrappen, en terecht. De disruptor van 2005 ondervindt zelf ook disruptie, maar hoeft voor de toekomst van zijn medium niet te vrezen: met zijn reputatie, authenticiteit en met de conversatie op TechCrunch is hij bestand tegen heel wat fastfood.
Foto: _skynet via Flickr (cc)
Gerelateerde berichten:
- Actualiteit nog belangrijker binnen Google algoritme: kansen voor content strategie
- Content publishing 2.0: kansen voor uitgevers
- Google Panda-algoritme: sites van hoge kwaliteit
- Auteurs: zie het bereik van jouw artikelen in Google Webmaster Tools
Trefwoorden: content, content is king, fast food content, Michael Arrington, seo, TechCrunch
















Laat een reactie achter!